Het mag allemaal geen naam hebben…
- de man die me in een lege metrogang van achteren besloop en zijn arm om mijn middel legde.
- de baas van mijn vakantiebaantje die zei dat hij nog wel een plannetje met me had, op zolder, als het rustig was.
- de chauffeur die zich naast zijn truck stond af te trekken, naar de weg gericht, en mij de hele tijd recht aankeek en nakeek toen ik als 12-jarige langs hem moest fietsen om thuis te komen.
- de huisarts in Parijs die het nodig vond mij te onderwerpen aan een ‘intern onderzoekje’ voordat hij me het recept voor de pil wilde geven.
- de potloodventer in een volle metro die zich zo positioneerde dat niemand zag hoe hij zich aan mij en mijn vriendinnen opdrong.
- de mannen die in mijn billen knepen of probeerden te zoenen, in de drukte van het uitgaansleven.
- de instructies ‘hoe thuis te komen na uitgaan’ die voor mijn dochter zoveel strenger zijn dan voor mijn zonen, iets waar zij eerst verbolgen, maar nu gelaten over is.
Het mag allemaal geen naam hebben. Tot er iets gebeurde dat wel een naam heeft.
Het maakt me boos, dat ik het bestempel als ‘hoort erbij, niet piepen’, geen aandacht geven. Inclusief de hoge hartslag, alertheid en soms ook voorzorgsmaatregelen bij enge stukjes, alleen in het donker. Dat elke vrouw dit soort zaken beleeft.
Maar vooral dat al die idioten dachten (denken) dat dit geinig of onvermijdelijk was (is).
Daarom ben ik het zo ontzettend eens met Nienke ‘s Gravemade die de nacht opeist voor vrouwen. Elk uur van de dag, veilig van A naar B. Plus veilig op werk, in de spreekkamer, en op al die andere plekken.